Breuk Calculator

Bereken breuken: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen — resultaat automatisch vereenvoudigd.

Een breuk geeft een deel van een geheel weer en bestaat uit een teller (het getal boven de streep) en een noemer (het getal onder de streep). Met deze calculator tel je breuken op, trek je ze af, vermenigvuldig je ze en deel je ze, met automatisch vereenvoudigde uitkomst. Bij optellen en aftrekken maak je de noemers eerst gelijk. Voorbeeld: 1/2 plus 1/3 reken je om naar 3/6 plus 2/6, samen 5/6. Bij vermenigvuldigen vermenigvuldig je tellers en noemers afzonderlijk: 2/3 maal 3/4 is 6/12, wat vereenvoudigd 1/2 is. Delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde: 1/2 gedeeld door 1/4 is 1/2 maal 4/1 = 2. De calculator vereenvoudigt de uitkomst altijd naar de kleinste vorm door teller en noemer te delen door hun grootste gemene deler, en kan onechte breuken (waarbij de teller groter is dan de noemer) omzetten naar een gehele plus een breuk. Breuken zijn de basis voor verhoudingen, kansrekening en het rekenen met procenten, en komen in het dagelijks leven terug bij recepten, verdelingen en metingen.

Veelgestelde vragen

Hoe tel ik breuken op met verschillende noemers?
Maak breuken gelijknamig door de kleinste gemene veelvoud (KGV) van de noemers te vinden. Voorbeeld: ½ + ⅓ = 3/6 + 2/6 = 5/6.
Hoe vereenvoudig ik een breuk?
Deel teller en noemer door de grootste gemene deler (GGD). Voorbeeld: 12/16 → GGD is 4 → 3/4. Als de GGD 1 is, is de breuk al in de eenvoudigste vorm.
Hoe deel ik een breuk door een andere breuk?
Vermenigvuldig met de omgekeerde breuk (sla de tweede breuk om). Voorbeeld: ½ ÷ ¾ = ½ × 4/3 = 4/6 = 2/3.
Wat is een gemengd getal?
Een gemengd getal combineert een geheel getal met een breuk, bijv. 2½. Om te rekenen, zet je het om naar een gewone breuk: 2½ = 5/2.