Belastingschijven 2026 – Inkomstenbelasting uitgelegd
In Nederland betaal je inkomstenbelasting volgens een schijvenstelsel. Hoe hoger je inkomen, hoe meer belasting je betaalt — maar alleen over het deel dat in die schijf valt. In 2026 gelden drie schijven in box 1.
Wat zijn belastingschijven?
Nederland gebruikt een progressief belastingstelsel: hoe meer je verdient, hoe hoger het percentage belasting dat je betaalt over het meerdere inkomen. Belangrijk om te begrijpen: je betaalt het hogere tarief alleen over het deel van je inkomen dat in die schijf valt, niet over je gehele inkomen.
Stel je verdient €50.000 per jaar. Dan betaal je over de eerste €38.441 het tarief van schijf 1, en over de resterende €11.559 het tarief van schijf 2. Het tarief van schijf 3 is voor jou helemaal niet van toepassing.
De belasting in schijf 1 en 2 bestaat uit twee componenten: inkomstenbelasting en volksverzekeringspremies (AOW, ANW, WLZ). In schijf 3 betaal je alleen inkomstenbelasting, omdat je boven de AOW-premiegrenzen zit.
De drie belastingschijven 2026
| Schijf | Inkomen | Tarief | Waarvan IB | Waarvan premies |
|---|---|---|---|---|
| Schijf 1 | Tot €38.441 | 35,82% | 9,32% | 26,50% |
| Schijf 2 | €38.441 – €76.817 | 37,48% | 37,48% | 0% |
| Schijf 3 | Boven €76.817 | 49,50% | 49,50% | 0% |
Heffingskortingen: zo betaal je minder belasting
Naast de schijven heb je recht op heffingskortingen — kortingen die direct worden afgetrokken van de te betalen belasting. De twee belangrijkste zijn:
| Korting | Maximum 2026 | Voor wie |
|---|---|---|
| Algemene heffingskorting | €3.068 /jaar | Iedereen met inkomen in box 1 |
| Arbeidskorting | €5.599 /jaar | Werknemers en IB-ondernemers |
| Ouderenkorting | €2.035 /jaar | AOW-gerechtigden |
| Inkomensafhankelijke combinatiekorting | €2.950 /jaar | Werkende ouders met kinderen <12 jaar |
Beide kortingen bouwen af bij hogere inkomens. De algemene heffingskorting daalt bij inkomen boven circa €24.000 en is nul boven circa €84.000. De arbeidskorting bereikt zijn maximum bij circa €40.000 en daalt daarna.
Rekenvoorbeeld: €50.000 bruto per jaar
Hieronder zie je stap voor stap hoe de belasting wordt berekend bij een bruto jaarsalaris van €50.000:
| Stap | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Schijf 1 | €38.441 × 35,82% | €13.769 |
| Schijf 2 | €11.559 × 37,48% | €4.332 |
| Subtotaal belasting | €18.101 | |
| Algemene heffingskorting | − | −€1.850 (afgebouwd) |
| Arbeidskorting | − | −€4.200 (afgebouwd) |
| Netto te betalen belasting | ±€12.051 | |
| Netto jaarsalaris | €50.000 − €12.051 | ±€37.949 |
Ondanks schijftarieven tot 49,50% is het effectieve tarief bij €50.000 dus slechts circa 24%. Dit is de werkelijke last als percentage van je totale inkomen.
Wat veranderde er in 2026 ten opzichte van 2025?
- De schijfgrens is verhoogd van €37.149 naar €38.441 (indexatie)
- De arbeidskorting is verhoogd naar maximaal €5.599 (was €5.532)
- De algemene heffingskorting is licht verhoogd naar €3.068 (was €3.068)
- De bovengrens van schijf 2 is verhoogd van €73.031 naar €76.817
Box 1, Box 2 en Box 3 – de drie belastingboxen
De inkomstenbelasting is verdeeld over drie 'boxen', elk met eigen regels:
- Box 1 – Inkomen uit werk en woning: Hier vallen loon, winst uit onderneming, uitkeringen en het eigenwoningforfait. De schijven hierboven zijn van toepassing.
- Box 2 – Aanmerkelijk belang: Dividend en winst bij aandeelhouders met ≥5% belang in een BV. In 2026: 24,5% over de eerste €67.000, 33% daarboven.
- Box 3 – Sparen en beleggen: Vermogen boven €57.000 (per persoon) wordt fictief belast. Over fictief rendement betaal je 36% belasting.